Ben Goutsmits fractievoorzitter VVD
Onderstaand treft u de reactie aan van partij VVD naar aanleiding van de concept gemeentebegroting 2011 - 2014
VVD
Algemene beschouwingen 2011-2014 - Een kwestie van doorpakken!
Voorzitter,
1. “Een waarheid als een koe”.
“Het uur van de waarheid voor onze gemeente is aangebroken. Een schrikbarende structurele min, onzekerheid binnen de grondexploitatie, opdrogende reserves en nog steeds de sluikende verkoop van stille reserves zijn slechts de eerste indicatoren van de precaire situatie waarin onze gemeente zich begeeft.” Dit was de openingszin van onze algemene beschouwingen in 2009. Het was een waarheid als een koe. Er vonden enorme afboekingen op de reserves plaats en van een begin van een reorganisatie of van werkelijke bezuinigingen, op welk vlak dan ook, was geen sprake. Een onverantwoorde situatie.
2. “Times are changing”.
Gelukkig zijn na de verkiezingen de tijden veranderd. We hebben sinds maart een College met een frisse blik en een grote dynamiek. Wij stellen vast dat er hard gewerkt is aan het sluitend maken van de begroting voor 2011; we mogen daarbij constateren dat de begroting er solide uitziet. Het oorspronkelijk verwachte tekort voor 2011 van € 596.000,-- is weggewerkt en werd een klein overschot; voorwaar een prestatie van formaat. Weliswaar schrijft u voor de jaren 2012-2014 nog negatieve bedragen, maar gezien de voortvarendheid en doortastendheid waarmee het tekort voor 2011 omgebogen werd, is de verwachting absoluut gerechtvaardigd dat deze tekorten geheel weggewerkt worden. Sterker nog, er moeten bedragen vrijkomen voor nieuw beleid!
3. “Trekken aan die kar!”
Om onze lange termijnvisie te realiseren, in eerste instantie voor 2012-2014, zal er flink aan de kar getrokken moeten worden. De VVD-fractie neemt daarom geen genoegen met de opmerking van het College om “het op orde krijgen van de financiële positie van de gemeente te stellen boven volledige realisatie van het coalitieprogramma. Het is dus vooralsnog mogelijk dat enkele punten uit het coalitieprogramma in verband met de beperkte financiële middelen van de gemeente niet gehaald kunnen worden.” Daarmee geven we aan het begin van de zittingsperiode het einddoel gedeeltelijk weg en in eerste instantie willen we er volledig voor gaan. Wel ondersteunen we de opmerking “De raad legt zichzelf een sterke budget discipline op. Bij het niet instemmen met de voorgestelde bezuinigingsmaatregelen, zoals deze in een aantal werkvergaderingen met uw raad zijn besproken, of bij het opnemen van nieuw beleid (bijvoorbeeld vanuit de wensenlijst) geeft de raad gelijktijdig aan van welk terrein de dekking voor dit tekort moet komen.” Het is dé uitdaging voor u en ons om zowel het één als het ander te realiseren.
4. De juiste voorzieningen beschikbaar en betaalbaar houden.
Politiek is niet voor bange mensen: de VVD maakt samen met de raad keuzes, neemt mede de noodzakelijke beslissingen en accepteert vervolgens daarvoor verantwoordelijkheid. Creativiteit is daarbij een sleutelwoord. De raad moet dus ook flink “aan de bak” en daarbij is het voor ons vanzelfsprekend dat het College daaraan voluit meewerkt. Bezuinigen is daarbij geen doel op zich en mag dat voor het college ook niet zijn. Het is een noodzakelijk middel om de juiste voorzieningen in de komende jaren beschikbaar én betaalbaar te houden. Zaken die o.i. daarom heroverwogen moeten worden zijn o.a. de bibliotheek, grondbeleid/exploitatie, intergemeentelijke samenwerking, samenwerkingsverbanden, subsidiebeleid, brandweer (veiligheidsregio), ambtelijke organisatie, communicatie met de burger, om er zomaar eens een aantal te noemen. We moeten hier kijken naar wat zijn de wettelijke taken, wat is het minimum niveau voor onze gemeente en wat is het gewenste. Verder: wat zijn niet-wettelijke taken en wat (blijven) we wel doen c.q. wat doen we op een soberder niveau of zelfs niet meer.
5. “Doekjes voor het bloeden”.
De “kaasschaafmethode” werkt niet om de grote financiële problemen op te lossen; zaken zoals bijvoorbeeld steeds maar efficiëntie voordelen willen behalen levert op een gegeven moment slechts nog marginale bedragen op en getuigd van besluiteloosheid. Nee, voorstellen op dat niveau zijn “doekjes voor het bloeden”. Er zijn voor de jaren 2012-2014 ingrijpende maatregelen nodig. Het is a-sociaal om deze niet te nemen omdat we onze burgers op termijn dan tekort doen. Het resulteert namelijk in een wirwar van een teveel aan taken die dan ook nog eens beroerd uitgevoerd worden. Uiteindelijk moet dan alsnog keihard ingegrepen worden. Omdat de mens en zijn behoeften centraal staat is het de kunst tijdig evenwichtige keuzes te maken zodat het in de gemeente Reusel-De Mierden aangenaam wonen, werken en vertoeven blijft. Daar doen we het uiteindelijk toch voor?!
6. Geen “Jammer maar helaas”.
Uitermate belangrijk is het om de Planning en Control cyclus, zoals voorgenomen, zo snel mogelijk verder uit te werken en definitief te implementeren. Op het moment dat deze functioneert kunt u en de raad feitelijk de (financiële) ontwikkelingen volgen. Indien deze de ongewenste richting in gaan kunnen we tussentijds bijsturen. Hebben we dit instrument niet, dan is het meestal “jammer maar helaas”. We kunnen dan pas achteraf constateren dat het fout is gegaan om daarna noodverbanden te moeten aanleggen; dat is veel te riskant en dat wilt u en wij echt niet meer.
7. “Lean and Mean”.
Een belangrijke dossier is de ambtelijke organisatie. Wij constateren dat er organisatorisch reeds de nodige veranderingen hebben plaatsgevonden. Echter, om het gemeentelijk apparaat “Lean and Mean” te maken, dient er nog het een en ander te gebeuren. De cultuur om reactief te denken moet steeds meer omgezet worden in proactief. De kwaliteit van de medewerkers moet verder omhoog waardoor b.v. dossiers ineens afgewerkt kunnen worden/zijn. De ambtenaren moet hiertoe de mogelijkheid van scholing en ontwikkeling geboden worden. Het resultaat daarvan moet zijn een hogere eigenwaarde, productiviteit, professionaliteit en meerwaarde voor de organisatie. Aan medewerkers die deze cultuuromslag niet kunnen en/of willen maken moet een sociaal acceptabel alternatief elders geboden worden.
8. Dialoog en communicatie.
Natuurlijk zal -binnen de verdere dialoog- van “relaxed” tot “op het scherpst van de snede” gesproken/onderhandeld worden. Wij vinden dat zoveel mogelijk inwoners aan dit proces deel moeten kunnen nemen. Zij moeten door de gemeente geïnformeerd worden en op creatieve wijze meegenomen in dit proces. De verschillende fracties in de raad communiceren dat op hun eigen wijze. Verder dient de gemeente de burgers, bedrijven en instellingen tijdig te wijzen op veranderingen die hen aangaan. Zij kunnen daarop reageren en hun belang ferm (laten) verdedigen. Natuurlijk heeft de raad van de gemeente Reusel-De Mierden hierin een belangrijke rol: zij laat zich informeren, overweegt argumenten/belangen, maakt de keuzes, neemt de beslissingen en draagt de eindverantwoordelijkheid. Een bijzonder aandachtspunt zijn de personen die niet voor zichzelf kunnen opkomen. U en de raad hebben de nobele taak hen ongevraagd in bescherming te nemen en hun belangen te waarborgen.
9. “Van mensen, Voor mensen, Door mensen.”
Zoals eerder aangegeven moeten besluiten over taken van de gemeente en bezuinigingen genomen worden op basis van een correcte belangenafweging; overigens in het besef dat het niet iedereen naar de zin gemaakt kan worden. Zeker zo’n belangrijke gevolgen daarvan c.q. effecten daarbij zijn dat de burger zich serieus genomen voelt, begrijpt wat er aan de hand is, snapt dat de financiële bomen niet meer tot in de hemel groeien, dat bezuinigen noodzakelijk zijn en aanpassingen van het huidige bestel onontkoombaar is. Mensen zijn slim, en het gros weet voor zichzelf heel goed wat (financieel) realistisch en haalbaar is, ook al valt dat niet altijd in hun voordeel uit. Het gevolg is een hoge mate van acceptatie met als resultaat dat raad en college kunnen rekenen op een breed draagvlak bij de bevolking. Zo bereiken uiteindelijk de raad, het college en de burgers samen de best haalbare resultaten. De programmabegrotingen moeten er wat ons betreft dus één zijn Van mensen, Voor mensen, Door mensen!
10. “Aan de slag en doorpakken!”
Het zal u duidelijk zijn dat wij in grote lijnen instemmen met de programmabegroting 2011-2014 “Nieuw Perspectief”. Dat laat onverlet dat wij steeds op het vinkentouw zullen zitten en de ontwikkelingen nauwkeurig volgen. Niet omdat wij u niet vertrouwen, maar om met u mee te blijven denken, richting te geven, bij te sturen en u op de juiste momenten een steuntje in de rug te geven. En dan nu: aan de slag en doorpakken!
Fractie VVD Reusel-De Mierden.
Vragen van de fractie: VVD.
|
Verwijzing naar bladzijde en onderwerp in de programmabegroting: |
Vraag. |
|
5. Ontwikkeling Algemene uitkering, staat saldo’s structureel en incidenteel. 7. Speerpunten. 8. Programma 3. Ruimtelijke ordening en bouwen. 9. Werk, inkomen en gezondheidszorg. 12. Tabel 8. Basisgegevens. 39. Tabel Woningbouw en Exploitatie en ontwikkeling. |
Toelichting. 1.Onze gemeente valt nog steeds in de categorie groeigemeente, waarbij eerlijkheidshalve geconstateerd moet worden dat de groei gering is. De verdeling over de bevolkingsgroepen laat geen dramatische verschuivingen zien, ook is van vergrijzing nog geen sprake. Verder wordt uitgegaan van redelijke bouwvolumes en behoorlijke bedragen die vrijvallen ten behoeve van de gemeentelijke kas. 2. De “Big Spender” periode is voorbij. Een goed en zorgvuldig financieel beheer is opportuun en wordt elk jaar belangrijker. Voor de gemeente Reusel-De Mierden kunnen we constateren dat voor 2011 de programmabegroting er solide uitziet waarbij er voor de jaren 2012-2014 goede vooruitzichten zijn om de benodigde besparingen te realiseren én geld vrij te maken voor nieuw beleid. 3. Tegenover het landelijk beeld steken we niet slecht af. Zeker omdat op vele plaatsen reeds sprake is van een krimpscenario.
Hoewel het lijkt dat er feitelijk nog niet gedacht hoeft te worden aan een stabilisatie of krimpscenario, komt dat moment met rasse schreden nabij. Belangrijk is daarom niet alleen op de middellange termijn te plannen (zeg tot 2014), maar ook voor daarna. Want wat gebeurd er met bouwprogramma’s (soorten woningen), scholen (aantal geboorten), bevolkingsopbouw (vergrijzing), noodzakelijk andersoortige voorzieningen (WMO), enz., enz.? Hoe ontwikkeld zich de financiële situatie (baten en lasten) als bijvoorbeeld de baten uit “Bouwen” wegvallen? Zijn extra reserveringen voor de jaren na 2014 nodig? Daar gaan we de komende jaren mee geconfronteerd worden hetgeen al een behoorlijke uitwerking zou kunnen hebben op de programmabegrotingen tot en met 2014.
Wat is de zienswijze van het college op de langere termijn ontwikkeling (rekening houdend met bovenstaande) en hoe denkt zij de gemeente Reusel-De Mierden zich daar financieel en maatschappelijk op voor te bereiden? |
|
7. Visie Reusel-De Mierden. |
Kunt u een aantal voorbeelden noemen hoe en waar agrarische en recreatieve functies elkaar kunnen versterken? |
|
|
Vindt het college dat de huidige structuur binnen het de samenwerkingsverbanden SRE, De Kempen, De Zaligheden, van dien aard is dat we onze gemeente steeds nadrukkelijk(er) op de kaart moeten (blijven) zetten? Zo ja, wat zijn uw ideeën daarover om er wat aan te doen en wat zijn daarvan de kosten? |
|
11. Personeelsbudget. |
“Het personeelsbudget bestaat voor het grootste gedeelte uit formatie. De formatie houdt rechtstreeks verband met het gemeentelijke takenpakket. Bezuinigen op personeel houdt dus rechtstreeks verband met het bezuinigen op gemeentelijke taken.”
Er is o.i. wel een relatie, maar het houdt niet direct verband. De zin impliceert namelijk minder formatie > minder gemeentelijke taken. Dat behoeft niet altijd de enige weg te zijn. Natuurlijk is er een einde aan efficiencyverbeteringen en stroomlijning van de organisatie, maar door gebruikmaking van o.a. automatisering, digitalisering, verhogen kennisniveau medewerkers, samenwerken met andere gemeenten, inzet van specialisten op piekmomenten, uitbesteding routinewerkzaamheden, enz., kan de productiviteit desalniettemin verhoogd worden. Indien uit een analyse blijkt dat dit niet mogelijk is zal de verantwoordelijk manager de pijnpunten moeten aangeven waarop het college c.q. de raad hun verantwoordelijkheid kunnen nemen en keuzes maken.
Wij nemen aan dat deze zin –geformuleerd als een rechtstreeks verband- een omissie is; wilt u deze zin herformuleren? |
|
13. Besparingsvoorstellen. |
Brandweer <> veiligheidsrisico. Wat bedoeld u hier precies? Waarop hebben de besparingen betrekking? Wordt als gevolg hiervan het veiligheidsrisico verhoogd? |
|
|
Leerlingenvervoer 2013-2014. De bezuinigingen vallen ons hier op. Wat zijn hiervan de achterliggende gedachten? Welk alternatieve oplossing heeft u als college bedacht? |
|
15. Algemeen. |
Wat zijn volgens uw inschatting de inverdieneffecten van het strategisch personeelsplan, zowel financieel als immaterieel? |
|
|
Wij hebben nog geen echt beeld van de terugverdieneffecten bij het ISD. Hoe zwaar is de top en in welke mate drukt deze de hoogte van de terugverdieneffecten? Als we niet samenwerken wat zijn dan de financiële consequenties? Zie ook pagina 24, waar een mogelijke tegenvaller van € 190.000,-- wordt genoemd. Ten aanzien van dit laatste: wat zijn uw verwachtingen over mogelijke tegenvallers in de komende jaren? |
|
|
Hoe ziet u de samenwerking binnen het SRE in de toekomst? Welke positieve effecten zijn te verwachten indien we deel blijven nemen aan dit samenwerkingsverband? Wegen de positieve effecten op tegen de financiële lasten die hieruit voortvloeien? |
|
21. Beleid. |
Toelichting. De raad moet inzicht hebben in de ruimte die er is voor tegenvallers. De provincie stond vorig jaar één maal toe, voor het dekken van enorme tekorten, om een heel grote greep te doen uit de reserves. Als gevolg hiervan viel de solvabiliteit terug tot 15 à 20% van wat 30 à 40% had moeten zijn. Door de ingezette omvangrijke ombuigingsoperatie dit jaar (om o.a. daarmee verder beroep op onze reserves zeer te beperken en in de hoop dat we als gevolg van winstnemingen uit plan “Molenakkers” in 2014 deze met bijna drie miljoen kunnen versterken) gaan we in 2014 weer aan onze solvabiliteitsnorm van tussen de 30 en 40% voldoen. Wij hechten eraan dat het college de solvabiliteitsnorm tussen 30 en 40% zal blijven nastreven, ook al kijkt de provincie niet meer over onze schouders mee. Wil het college zich aan dit beleid en doel committeren? |
|
22. Stille reserves. |
Graag vernemen wij van u op welke termijn u ons een volledig inzicht kunt geven in de “stille reserves”, conform ons verzoek in de technische vragenronde. |
|
24. WMO |
Toelichting. “Vanaf de overgang van de kosten naar het gemeentefonds is duidelijk dat de gemeente Reusel-De Mierden nadeelgemeente is. Dit betekent dat de kosten in het kader van de WMO hoger zijn dan de vergoeding via de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Hiermee is in de voorliggende begroting rekening gehouden.” De vergoeding via de algemene uitkering is een aantal jaren geleden vastgesteld. Kan het college aangeven of er c.q. welke mogelijkheden er zijn om deze onrechtvaardigheid recht te trekken of blijven we afgerekend worden op onze “historische” cijfers waardoor we moeten blijven bijpassen uit eigen kas? |
|
25. Onderhoud gebouwen, wegen, groen en lichtmasten. |
Toelichting. Wij lezen: “Vooruitlopend daarop is in 2014 het onderhoudsbudget weer verhoogd met € 200.000,--. Het risicobedrag zou nu opgeteld over de komende drie jaren gesteld kunnen worden op € 600.000,--. Hier liggen echter geen onderhoudsplannen onder om deze uitspraak te kunnen staven.” Hoe verhoud bovenstaande uitspraak zich tot de opmerkingen van de Provincie hierover? |
|
33. Gemeenschappelijke regelingen. |
“De WvK-groep is een -naar landelijk maatstaven- zeer goed renderende organisatie…”. Daarbij worden in dit kader met name de uitkeringen genoemd aan de gemeenten. Rendeert deze in maatschappelijk opzicht ook zo goed voor de mensen die er werken en waaruit kunnen we dat afleiden? |
|
|
Kunt u ons de feitelijke voordelen schetsen van de Bizob. Hoeveel levert het ons financieel, immaterieel en maatschappelijk op? |
|
36. Wegen en verkeer. |
“De toegankelijkheid van het openbaar vervoer moest in 2010 op orde zijn. Daarvoor zijn/worden de bushaltes inmiddels aangepast.” Hoever staat het hiermee (met name in de kleine kernen)? |
|
72. Besparingsvoorstellen. |
Hoe groot acht u de kans dat u de besparingsvoorstellen haalt en heeft u al alternatieven hiervoor? |
|
Staat van reserves en voorzieningen 2011. |
Voorziening wachtgelden personeel en bestuurders. Wat is de verklaring van de onttrekkingen (€ 137.500,--), toevoegingen (€ 500.000,--) en het eindsaldo (2014) van € 207.000,--. Welk beleid ligt hieraan ten grondslag? |