|
Minister Opstelten beantwoordt kamervragen mbt sluiting brandweerpost Lage Mierde
|
Op 2-12-2011 zijn er door 2 e kamerlid Mw Nine Kooiman(SP) schriftelijk vragen gesteld aan de minister voor Veiligheid en Justitie Dhr I.W. Opstelten. Onderstaand treft u de antwoorden aan: Antwoorden
van de Minister van Veiligheid en Justitie op vragen van het lid Kooiman
(SP) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over de sluiting van
brandweerpost Lage Mierde (ingezonden 2 december 2011,2011Z24953 ). Vraag 1
Bent u
bekend met de sluiting van brandweerpost Lage Mierde door de gemeente Reusel
– De Mierden, en het ontslag van 16 brandweervrijwilligers? 1)
Antwoord 1:
Ja.
Vraag 2
Bent u
bekend met de ontstane onrust en onvrede over dit besluit onder de
brandweervrijwilligers en de inwoners van Lage Mierde? 2) Antwoord 2:
De
gemeente Reusel-De Mierden heeft uiteindelijk, na onderzoek door de
Veiligheidsregio Brabant-Zuid-Oost (VRBZO), besloten over te gaan tot
sluiting van de post vanwege een structureel tekort aan geschikte
vrijwilligers. Het voorgenomen besluit tot sluiting heeft binnen de
gemeenschap van De Mierden en met name de brandweervrijwilligers van deze
post onrust gebracht. Door de gemeente Reusel – De Mierden is o.a. middels
bewonersbijeenkomsten getracht deze onrust weg te nemen, de aard van het
probleem te verklaren en het voorgenomen besluit toe te lichten. Ook is
voorafgaand aan de sluiting een wervingscampagne voor brandweervrijwilligers
gestart. Deze campagne heeft niet tot het gewenste resultaat geleid. Het
gemeentebestuur heeft na de sluiting de vrijwilligers verzocht beschikbaar
te blijven voor taken in het teken van brandpreventie en het bevorderen van
brandveilig leven.
Vraag 3
Wat zijn
de gevolgen voor de brandveiligheid en de opkomsttijden voor Lage Mierde en
omliggende kernen? Antwoord 3:
De
gemeente Reusel – De Mierden heeft aan de VRBZO verzocht een onderzoek in te
stellen naar de opkomsttijden van de post De Mierden. Uit dit onderzoek kwam
naar voren dat voor de post De Mierden een overschrijdingspercentage van de
opkomsttijden bestond van 25,8%. Echter gezien de inzetfrequentie van 1,4
inzetten per jaar (zijnde lager dan door de VRBZO gehanteerde norm van 4
relevante inzetten per jaar) werd deze situatie als verantwoord
gekwalificeerd. Uit het onderzoek kwam echter ook naar voren dat het
eventueel sluiten van de brandweerpost De Mierden slechts een zeer geringe
verandering in het overschrijdingspercentage zou brengen. Tijdens werktijden
komt op basis van de gehanteerde onderzoeksmethode het
overschrijdingspercentage van de opkomsttijden op 27,4% en de
inzetfrequentie werd berekend op 1,8 inzetten per jaar. De VRBZO heeft
aangegeven dat deze onderzoeksresultaten de postsluiting
rechtvaardigen. De gemeente Reusel –
De Mierden zal verbeteringen aanbrengen in preventieve voorzieningen voor
die objecten waar de opkomsttijden niet worden gehaald en inzet van
brandpreventievoorlichting en –controle bevorderen.
Vraag 4 Kloppen de opkomsttijden zoals zichtbaar op bijgevoegd kaartje? Antwoord 4:
De VRBZO
heeft aangegeven dat binnen de voor beantwoording van deze vragen gestelde
termijn het niet mogelijk was om de gegevens op detailniveau na te rekenen.
Wel geeft de regio aan dat op grond van de door de VRBZO gehanteerde methode
er geen opkomsttijden voor objecten zijn die de norm van 18 minuten
overschrijden.
Vraag 5
Wat is
uw oordeel over deze opkomsttijden, welke allemaal ruim boven de 10 minuten
liggen, in het licht van artikel 3.2.1 van de Wet Veiligheidsregio’s en de
daarin gehanteerde tijdnormen? Antwoord 5:
Zoals ik
de Tweede Kamer per brief (TK 2011-2012, 29 517, nr. 54) heb gemeld, dient
het bestuur van elke veiligheidsregio zich te houden aan de wettelijke
regels voor het bepalen van dekkingsplannen en de daarin vastgestelde
normtijden voor de brandweer. Artikel 3.2.1 van het Besluit
veiligheidsregio’s stelt het bestuur van de veiligheidsregio in staat om
voor een bepaalde locatie een opkomsttijd vast te stellen die afwijkt van de
tijdsnorm uit het Besluit veiligheidsregio’s. Deze afwijkingsmogelijk is
ingesteld om het bestuur van de veiligheidsregio een brandveiligheidafweging
te laten maken. Het bestuur van de veiligheidsregio mag er voor kiezen om af
te wijken van de opkomsttijden en een bestuurlijke afweging te maken in de
kosten en baten. Indien het bestuur van een veiligheidsregio voor bepaalde
locaties opkomsttijden vaststelt die afwijken van de Wet, dan is
voorgeschreven dat afwijkingen per object inzichtelijk gemaakt moeten worden
en dat tevens dan duidelijk moet zijn wat de precieze mate van afwijking is.
Dat
betekent dat in een bestuurlijk geaccordeerd dekkingsplan de locatie en mate
van afwijking dienen te zijn gemotiveerd en dat compenserende maatregelen
inzichtelijk zijn gemaakt.
Met de
afwijkingsbevoegdheid uit het Besluit veiligheidsregio’s is het niet
mogelijk dat de opkomsttijden generiek en voor (hele gebieden in) de
veiligheidsregio naar boven worden bijgesteld. Zoals ik ook per brief (TK
2011-2012, 29 517, nr. 51) aan de Tweede Kamer heb laten weten is de IOOV op
mijn aangeven een onderzoek gestart naar de daadwerkelijke opkomsttijden en
dekkingsplannen van alle veiligheidsregio’s. Dat onderzoek moet in februari
2012 gereed zijn en te zijner tijd wordt de Tweede Kamer over de uitkomsten
ervan geïnformeerd.
Ik wil
vooruitlopend op het onderzoek dat de IOOV uitvoert niet ingaan op de
dekkingsplannen en discussies van afzonderlijke gemeenten. Ik wacht het
onderzoek van de IOOV af. Indien noodzakelijk zal ik op basis van de
uitkomsten van dat uitvoerige onderzoek actie ondernemen.
Vraag 6
Wat is
uw oordeel over het feit dat zelfs sprake is van een opkomsttijd van 11,5
minuut bij een bejaardenhuis en 12,5 minuut bij een kinderopvang, waar 6
minuten de norm zou moeten zij? Antwoord 6:
Zie
beantwoording vraag 5.
Vraag 7
Hoe
beoordeelt u deze opkomsttijden in het licht van uw brief van 23 november
2011, aangaande sluiting van brandweerkazernes en het bijstellen van
opkomsttijden voor gebieden in een veiligheidsregio? 4) Antwoord 7:
Zie
beantwoording vraag 5.
Vraag 8
Deelt u
de mening dat er sprake is van een generiek oprekken van de opkomsttijden
als het gaat om Lage Mierde en omstreken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke
gevolgen verbindt u hieraan? Antwoord 8:
Zie
beantwoording vraag 5.
|